Gedeputeerde Jisse Otter: ,,Ik sta niet te juichen bij mijn vertrek." Foto: Marcel Jurian de Jong
Jisse Otter maakt zijn termijn als gedeputeerde van Drenthe niet af. Op 1 maart vertrekt Otter uit het Drents Parlement. „Ik ben al 67 jaar, ik krijg al AOW.”
Het bericht van uw vertrek kwam voor velen als een verrassing.
„Dat klopt. Het is ook wel de teneur in de vele reacties die ik heb gekregen. Maar voor mij is het een langer proces. Het broeide al enige tijd in mijn hoofd, eigenlijk sinds de zomervakantie, Je groeit langzaam toe naar zo’n beslissing. Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt. In nauw overleg met Gert-Jan Schuinder, fractievoorzitter van de BBB, mijn opvolger in het college van Gedeputeerde Staten. Je weegt dan met elkaar af: wat is een goed moment om het stokje over te dragen?”
Is dit het goede moment? Volgend jaar maart is bijna halverwege uw termijn als gedeputeerde, U zou ook de rit kunnen uitzitten.
„Ik wil niet in het laatste jaar vertrekken. Dat is gevoelsmatig een veel te lange tijd. Als je eenmaal bedacht hebt om te stoppen, kun je het moment van stoppen beter niet te lang meer uitstellen.”
Wat ligt er aan uw besluit ten grondslag? In het persbericht werd uw pensioengerechtigde leeftijd genoemd. Of spelen privéomstandigheden ook een rol?
„Het is een combinatie van beide. Er is niet één specifieke reden. Ik ben al 67 jaar, ik krijg al AOW. Als ik de rit helemaal zou uitzitten, dan ben ik bijna 70. Met het thuisfront had ik afgesproken dat ik op mijn 70ste niet meer als politicus actief zou zijn. De afgelopen jaren zijn om mij heen een aantal mensen overleden uit dezelfde leeftijdscategorie. Dat zet je wel aan het denken. Ik ben dit voorjaar zelf behandeld aan kanker. Dus, laten we zeggen: de betrekkelijkheid van het leven. Dat wordt een steeds groter item. Gedeputeerde zijn is een baan van 40 tot 50 uur per week. Als dat stopt is er ineens ruimte om andere dingen te doen.”
Zoals tijd besteden aan uw vrouw, kinderen en kleinkinderen?
„Jazeker. Ik heb 12 kleinkinderen. Daar heb ik straks ook meer tijd voor en daar kijk ik naar uit.”
Voor uw opvolger Gert-Jan Schuinder ligt nog een flinke kluif als het gaat om landbouw.
„Ik ben nog niet weg en hoop nog een aantal dingen goed af te ronden. We werken in de provincie hard aan de nieuwe landbouwkoers, die duidelijkheid moet geven aan iedereen in de landbouwsector. Daar draag ik mijn steentje aan bij. Maar de klus is nog lang niet geklaard. Wat dat betreft sta ik niet te juichen bij mijn vertrek. Ik heb de afgelopen jaren heel veel kennis opgedaan en veel interessante mensen ontmoet. Het is jammer dat dat straks stopt. Maar ik ben ervan overtuigd dat Gert-Jan Schuinder de handschoen voortvarend oppakt. We trekken een aantal weken gezamenlijk op om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen.”