Op de appelplaats van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork reikte luitenant-kolonel Bas Kuipers, commandant van 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland, het Mobilisatie-Oorlogskruis postuum uit aan twee achterneven van Willem: Richard en Henk Spraakman. Foto: Gerrit Boer
Militairen en familie legden vrijdagmiddag bloemenkransen bij het 102.000 Stenenmonument in Kamp Westerbork ter ere van oud-militair Willem Kel. Hij stapte vrijwillig op de trein naar Auschwitz om bij zijn geliefde te kunnen blijven.
Tijdens de bloemlegging kreeg Willem Kel postuum het Mobilisatie-Oorlogskruis (MOK). Dat is een onderscheiding ingesteld door koningin Wilhelmina in 1948, bestemd voor militairen en oud-militairen in de Tweede Wereldoorlog.
Het verhaal van Willem is bijzonder. Hij had een joodse verloofde en liet zich vrijwillig met haar afvoeren naar Auschwitz in Polen. In dat concentratiekamp zijn beiden gestorven.
Als eerste aangevallen
Luitenant-kolonel Bas Kuipers, commandant van 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland, overhandigde de onderscheiding aan twee achterneven van Willem: Richard en Henk Spraakman. Ook deed Kuipers het levensverhaal van Willem Kel uit de doeken, met op de achtergrond – op de voormalige appèlplaats van Kamp Westerbork – het 102.000 Stenenmonument, symbool voor iedere vermoorde mens die in het kamp heeft gezeten.
Vanuit Stichting Joods Monument Meppel werd op Kamp Westerbork ook een krans gelegd voor soldaat Willem Kel. Rechts staat Marco Kroon, drager van de Militaire Willemsorde. Foto: Gerrit Boer
Willem werd in 1919 geboren in Meppel. En deed onder meer werk als broodbakker en winkelbediende. Ook was hij actief bij voetbal en korfbal. Als negentienjarige dienstplichtig militair werd Willem ingedeeld bij het 19de Regiment Infanterie en werd later – waarschijnlijk – overgeplaatst naar het 17de Grensbataljon achter de Maas bij Roermond.
Als eerste gevochten
De geschiedenis van dat bataljon is interessant, zegt luitenant-kolonel Kuipers. Dit was de eerste Nederlandse eenheid die door de Duitse troepen werd aangevallen. „De Maas en vooral haar overgangen – bruggen en veren – waren namelijk van groot belang voor het Duitse leger. De Duitse eenheden moesten zo snel mogelijk richting het Kanaal en de Ardennen, waarvoor het noodzakelijk was om de overgangen ongeschonden in handen te krijgen.”
Die strijd verloor het bataljon uiteindelijk, na één nacht stand te hebben gehouden. Willem Kel ging als krijgsgevangene naar Duitsland, en kwam een maand later weer vrij. „De geschiedenis die daarop volgt is zeer bedroevend, maar ook indrukwekkend te noemen”, vindt Kuipers.
Twee militairen eren de overleden soldaat Willem Kel. Foto: Gerrit Boer Fotografie
Een groot offer
Want tijdens de oorlog wordt het leven voor de verloofde van Willem, Carla de Leeuw, steeds lastiger. In de zomer van 1942 moet Carla zich melden en komt in Kamp Westerbork terecht. Willem pakt zijn fiets van Meppel naar Westerbork en voegt zich op 7 augustus buiten de poorten van het Drentse doorvoerkamp bij de stoet om mee te gaan op transport naar Auschwitz. De trein vertrekt vanaf Hooghalen.
Het is een romantisch gebaar, al is het samenzijn van Willem en Carla slechts van korte duur. Na aankomst in Polen worden de twee alsnog van elkaar gescheiden. Carla wordt op 30 september vermoord. Willems sterfdatum is niet bekend.
Luitenant-kolonel Kuipers: „Voor zijn dienstperiode reiken wij vandaag postuum uit het Mobilisatie Oorlogskruis. Voor zijn dappere en liefdevolle daad en opoffering voor zijn verloofde Carla bestaat geen enkele medaille of onderscheiding. Het maakt me nederig en ik kan er alleen maar veel respect voor hebben.”
Een leuk stel
Reinder Willem Visser (72) is een van de aanwezige nabestaanden. Hij heeft nog allerlei foto’s en een zakagenda van Willem Kel. „Het was een broer van mijn moeder. Zij heeft die spullen altijd bewaard. Ik ben naar hem vernoemd, maar heb hem nooit gekend.”
Dat geldt niet voor Suzanna Spraakman-Emmink (93), voor wie Willem een oom van haar man was. „Ik heb Carla en Willem eens ontmoet toen ik 12 was. Dat herinner ik me nog heel goed. Het was een leuk stel.”
Bertien Minco, directeur van Westerbork, spreekt de aanwezigen toe. Foto: Gerrit Boer