Jongeren geven aan dat praten helpt als je kampt met mentale problemen. Foto: Shutterstock
Een derde van de jongeren in Drenthe en Groningen ervaart mentale problemen, of heeft die doorgemaakt. Tegelijkertijd weet twee derde van de ondervraagden niet waar zij informatie kan krijgen over mentale gezondheid.
Dat blijkt uit het onderzoek ‘Mentale gezondheid door de ogen van jongeren’ van het Trendbureau Drenthe in samenwerking met het Sociaal Planbureau Groningen. Zij ondervroegen ruim 2100 jongeren van beide provincies tussen de 12 en 18 jaar oud.
In Drenthe en Groningen heeft 33 procent van de jongeren last (gehad) van mentale problemen. Veelgenoemde oorzaak is het omgaan met schoolstress. Jongeren pleiten voor minder (prestatie)druk.
Die voelen zij enerzijds door toetsen en huiswerk, anderzijds door druk vanuit ouders en docenten. Er moet volgens jongeren een goede balans zijn tussen school en vrije tijd. ‘De oorzaak is meestal problemen thuis of op school’, stelt een van de ondervraagden.
‘Bang voor reacties’
De onderzoekers wilden weten hoe jongeren in Groningen en Drenthe omgaan met mentale gezondheid en welke ondersteuning en informatie zij nodig hebben om hun mentale gezondheid te versterken.
Ruim vier op de tien jongeren praat nooit over mentale gezondheid en uit verdiepende gesprekken die zijn gevoerd met leerlingen op zeven scholen blijkt dat jongeren praten over mentale gezondheid niet als taboe willen zien, maar dat het dat vaak nog wel is.
Dit komt door reacties van anderen, het ontbreken van een vertrouwensband of het gevoel niet serieus genomen te worden. ‘Je deelt het niet omdat je bang bent voor de reacties. Je weet niet altijd wie je in vertrouwen kunt nemen’, zegt een jongere daarover.
Onderzoekster Imke Oosting valt het op dat jongeren mentale gezondheid een moeilijk onderwerp vinden om over te praten. „Tegelijkertijd geven ze aan dat het helpt om erover te praten. Dat is een belangrijke uitkomst: er moet meer aandacht voor komen.”
Vertrouwenspersoon
Dat kan beginnen op school, waar leerlingen vaak naar hun mentor gaan als ze problemen hebben. „Alleen voelt dat niet voor iedereen vertrouwd. De klik mist soms. De mentor kan een vertrouwenspersoon inlichten, maar veel leerlingen weten niet wie dat is.”
Volgens Oosting is het belangrijk dat diegene zichzelf voorstelt in de klassen. „Leerlingen geven bovendien aan dat ze het belangrijk vinden dat de vertrouwenspersoon geen lesgeeft, omdat ze bang zijn dat ze anders worden beoordeeld.”
Als jongeren over mentale gezondheid praten, doen zij dit vooral met ouders of vrienden. Hoewel ook online praten voor sommigen een fijne en veilige omgeving is om anoniem hun ervaring te bespreken.“
‘Met mijn ouders praten om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat ik minder stress ervaar helpt mij beter te voelen. Relaxen, sporten en hobby’s werken ook erg goed ook op langere termijn’, vertelt een respondent.
Afleiding
Niet alleen erover praten, ook informatie krijgen over mentale gezondheid voor jongeren blijkt lastig. Twee derde van de ondervraagden weet niet waar zij die kan vinden.
„Jongeren vragen vaak eerst hun ouders of familie om informatie”, zegt Oosting. „Het internet en de huisarts worden ook veel genoemd als informatiebron, maar er worden geen specifieke kanalen genoemd. Er is een grote groep die met mentale problemen kampt en niet weet waar ze goede informatie kan vinden.”
Het onderzoek richt zich ook op de vraag hoe jongeren hun mentale gesteldheid kunnen verbeteren. Zij geven aan dat afleiding zoeken in leuke dingen, praten met een psycholoog, sporten en gamen elementen zijn die ze helpen om zich beter te voelen.
Resultaten
De resultaten van het onderzoek worden gedeeld met de scholen en de betrokken professionals. Ook wordt er een video gemaakt met de uitkomsten en reacties van bestuurders en organisaties die betrokken zijn bij dit onderwerp.
„Deze video kan in de klas worden getoond zodat leerlingen zien wat er met het onderzoek en hun inbreng gebeurt. Zo maken we de cirkel rond.”