Elsebeth Schaij en een onbekende Afrikaanse bediende (1710) Herman Collenius.
In Groningen gaat vrijdag 18 februari Bitterzoet Erfgoed van start, een culturele manifestatie over het slavernijverleden en de effecten daarvan op het heden. Een reeks van evenementen doet de provincie komende maanden van kleur verschieten.
Eind oktober leidde historicus Barbara Henkes een groepje wandelaars door de binnenstad van Leeuwarden. Ze wees hen op sporen in de stad die met slavernij van doen hebben: huizen, tegeltableaus, schilderijen, gevelstenen. Een verslaggever maakte er een stukje over. Het haalde de krant onder de kop ‘Friezen profiteerden van de slavernij’.
Ja duh, zullen sommigen zeggen.
Toch is het niet vreemd, een nieuwskop boven een verslag van zo’n wandeling. Omdat voor de meeste mensen het slavernijverleden iets van ‘het Westen’ is. Van steden met havens waar vanaf begin 17de eeuw schepen namens de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) op Azië, Afrika en de Amerika’s hebben gevaren. Van het nog altijd welgestelde Holland. En sinds vorige week ook van De Nederlandsche Bank.
Al twintig jaar onderzoek
Het besef dat ook in Noord-Nederland is geprofiteerd van voormalige koloniën en uitbuiting van mensen elders is relatief vers. Barbara Henkes, verbonden aan de universiteit Groningen, deed er samen met collega-historicus Margriet Fokken en een aantal studenten onderzoek naar. In 2016 leidde het tot het boek Sporen van het slavernijverleden in Groningen. Vorig jaar verscheen Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. Het wachten is nog op Drenthe.
Het onderzoek van Henkes staat niet op zich. Al zo’n twintig jaar kijken historici in Nederland vanuit verschillende invalshoeken naar de keerzijde van de Gouden Eeuw. Daarbij gaat het niet alleen om de Nederlandse rol bij de slavernij en slavenhandel, maar ook om andere, minder goed belichte kanten van het kolonialisme – van de verering van zeehelden tot en met sociale positie van Nederlanders met een migratie-achtergrond.
Vaak vallen in dit verband de woorden en begrippen ‘slavernijdebat’, ‘zwarte piet’, ‘institutioneel racisme’, ‘black lives matter’, ‘roofkunst’, ‘inclusie’ en ‘diversiteit’. Het laat zien dat we in een tijd leven waarin emancipatie een nieuwe vlucht heeft genomen met als gevolg dat een ander licht wordt geworpen op gebeurtenissen uit het verleden en ontwikkelingen van nu.
Investeren in plantages
In plaatsen als Rotterdam en Amsterdam heeft het recente historisch bewustzijn schuldbewuste rapporten, tentoonstellingen in het Rijksmuseum en een concreet plan voor een slavernijmuseum opgeleverd. In de provincie Groningen leidt het nu tot de culturele manifestatie Bitterzoet Erfgoed. Daarbij wordt komende maanden op verschillende plaatsen en verschillende manieren stilgestaan bij het slavernijverleden en de effecten daarvan op het heden.
Logo Bitterzoet Erfgoed
Een aantal vooraanstaande Groningers investeerden – net als Drenten en Friezen – in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC) en in plantages in Suriname en op de voormalige Antillen. Ze hadden daarmee een aandeel in en voordeel van dit economisch systeem. Soms ging dat door handel in tot slaaf gemaakte mensen, soms door handel in goederen uit door slavenarbeid, soms allebei.
Tijdens de manifestatie wordt met routes, exposities, muziek, dans, film, mode, literatuur en beeldende kunst de herinnering aan het verleden opgerakeld. De ene keer gebeurt dat door erfgoed naar voren te halen en bezoekers op het bestaan te wijzen. De andere keer door toekomstig erfgoed te presenteren, een hedendaagse kijk op de doorwerking van de geschiedenis.
Hedendaagse kunst geïnspireerd op het slavernijverleden
Bitterzoet Erfgoed start 18 februari met een talkshow in het Forum. Aansluitend opent in het Groninger Museum de tentoonstelling Zwart in Groningen met aandacht voor de achtergrond en herkomst van (koloniale) museumstukken en wordt in de Akerk hedendaagse kunst gepresenteerd geïnspireerd op het slavernijverleden. Nienoord verzorgt twee routes. Daarna gaat het los en wordt zeven maanden later door de organisatoren het manifest gepresenteerd.
Want naast bewustwording is de blik ook op de toekomst gericht. In de woorden van de initiatiefnemers van Bitterzoet Erfgoed: ‘Uiteindelijk moet een basis worden gelegd voor de dialoog en inbedding van het onderwerp in vaste presentaties in musea, de programmering van de podiumkunsten en het onderwijs. De onderbelichte verhalen mogen niet meer in het donker verdwijnen.’
#
Manifestatie Bitterzoet Erfgoed, 18 februari - 12 september
www.bitterzoeterfgoed.nl.
Sporen van het slavernijverleden in Groningen en Sporen van het slavernijverleden in Fryslân zijn verschenen bij uitgeverij Passage. Prijs: 17,50 euro.
#
Kinderboekenhuis Winsum
Het KinderBoekenHuis is een museum, een bibliotheek, een tweedehandskinderboekenwinkel en een ontmoetingsplek in Winsum met een zeer grote collectie Nederlandstalige kinder- en jeugdboeken. Die verzameling omvat onder meer boeken waarin een rol is weggelegd voor Zwarte Piet en kinderboeken met oude koloniale denkbeelden. Ter gelegenheid van Bitterzoet Erfgoed wordt op basis hiervan de tentoonstelling Erfgoed der koloniën gemaakt, die 2 april opent.
Oki en Doki bij de nikkers (1957) H. Arnoldus.
Behalve aan stereotypen (’Moriaantje zo zwart als roet’) en karikaturen (Oki en Doki bij de nikkers) zal ook aandacht worden geschonken aan de educatieve en esthetische kant van afbeeldingen in kinderboeken. Hoe kijken we daar nu tegenaan en hoe zagen het publiek en de boekenmakers dat destijds? Erfgoed der koloniën omvat meer dan een tentoonstelling. Er zijn ook lezingen, workshops, voorleesmomenten en educatieve activiteiten.
kinderboekenhuis.eu
#
Universiteitsmuseum Groningen
Het Universiteitsmuseum in Groningen beschikt over een middelgrote collectie koloniale kunst: zo’n 10.000 objecten afkomstig uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Een deel daarvan is bijeengebracht door de Groningse hoogleraar Petrus Camper (1722 – 1789). Hij kreeg, soms van oud-studenten, menselijke en dierlijke overblijfselen toegestuurd uit gebieden waar de VOC en WIC actief waren.
Tijdens Bitterzoet Erfgoed wordt met Petrus Camper Revisited de collectie van Camper, die zich onder meer bezighield met schedelmeten en rassenonderzoek, opnieuw onder de aandacht gebracht. Bedoeling is dat in het universiteitsmuseum een opstelling komt die vijf jaar te zien zal zijn.
Het museum wordt vaak gevraagd of museumstukken niet terug moeten naar de landen van herkomst, helemaal sinds het kabinet heeft gezegd dat ‘de oorspronkelijke bevolking van de koloniale gebieden onrecht is aangedaan door het tegen hun wil in bezit nemen van cultuurgoederen’. In beginsel staat het museum daar voor open. Maar aan wie? En wat gebeurt er vervolgens met de objecten?
rug.nl/museum/
#
Kunst in de Akerk
De Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) is op verschillende manieren betrokken bij Bitterzoet Erfgoed. Zo wordt gewerkt aan een inventarisatie van sporen van het slavernijverleden in kerken om deze uit te lichten in toeristische routes.
Maar er is ook een hedendaagse benadering. Ricardo Burgzorg is gevraagd voor de Akerk een tentoonstelling samen te stellen waarbij vier kunstenaars reflecteren op het thema van slavernij: Aimée Terburg, Faisel Saro, Esli Tapilatu en Hedy Tjin.
Detail van het ontwerp dat Hedy Tjin maakte voor een wandkleed in de Akerk
Laatstgenoemde, een Nederlands-Surinaamse illustrator en beeldmaker, nam het voortouw om samen met Groningers een wandkleed van 2,5 bij 35 meter te maken, waarin de sporen van het slavernijverleden in Groningen verbeeld worden. Als inspiratiebron diende het wandtapijt van Bayeux waarmee de Slag bij Hastings in 1066 is verbeeld.
groningerkerken.nl
#
Borg Nienoord
Anna van Ewsum (1640 - 1714) groeide op in welstand, maar zonder vader. Toen die kort na haar geboorte overleed, werd ze eigenaar van de borg Nienoord bij Leek. Op 25-jarige leeftijd stierf ook haar moeder. Ze erfde daarbij een kapitaal van 10.000 gulden in aandelen ‘staende op de Westindische Compagnie’. Bij haar tweede huwelijk liet de borgvrouw zich vereeuwigen op een schilderij. Naar de mode van die tijd beeldde schilder Jan de Baen haar af met een zwarte bediende.
Een van de twee 'morenkoppen' in de schelpengrot op landgoed Nienoord.
Rond 1705 liet Anna op het landgoed bij de borg een grot bouwen, ook naar de mode van die tijd. Bijzonder is dat deze grot is bekleed met schelpen en een aantal beelden bevat, zoals een uit steen gehouwen hoofd dat een zwarte bediende wordt toegeschreven. Daarnaast telt de grot twee ‘morenkoppen’ geïnspireerd op twee gekleurde bedienden van wie wordt gezegd dat ze na het redden van een kind werden beloond met een vrij bestaan en er voor kozen om op de borg te blijven.
Museum Nienoord heeft ter gelegenheid van Bitterzoet Erfgoed twee routes uitgezet. De eerste neemt bezoekers mee in de 17de en 18de-eeuwse borgcultuur. Het tweede verhaal gaat door de collectie rijtuigen en laat details zien die verbonden zijn met het koloniaal verleden.
museumnienoord.nl
#
Museum Dr8888 bekent kleur
Twee jaar geleden verenigden twaalf musea zich als Musea Bekennen Kleur, een samenwerkingsverband ‘om musea duurzaam te verenigen in hun streven om diversiteit en inclusie daadwerkelijk te verankeren in het DNA van de verschillende organisaties’. Inmiddels omvat het netwerk – dat losstaat van Bitterzoet Erfgoed – veertig instellingen. Daar zitten (nog) geen Drentse en Groningse musea bij. Wel Friese.
Logo Musea Bekennen Kleur
Naast het Fries Museum, het Fries Verzetsmuseum en Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden heeft Museum Dr8888 kleur bekend. ,,Niet alleen als team en organisatie met vrijwilligers, maar ook met onze activiteiten willen wij een afspiegeling zijn van onze regio’’, vertelt directeur Nieske Ketelaar.
Drachten is geen Amsterdam, Groningen of Leeuwarden, steden met een direct zichtbare link met het slavernijverleden. ,, Maar de bevolkingssamenstelling is de afgelopen decennia ook hier veranderd. Er wonen in de regio Antillianen, Somaliërs, Surinamers, Vietnamezen. Daar moet je je als museum bewust van zijn en ook voor werken”, zegt Ketelaar.
De begrippen diversiteit en inclusie worden breed opgevat. ,,Omdat onze context anders is, willen wij ook rekening houden met onze couleur locale, met gender, met mensen met psychische problemen en andere doelgroepen. Zo hebben we vorig jaar de tentoonstelling Waanzinnig! Het buitengewone leven van Klaas Koopmans gehad.
Wat Ketelaar betreft past in deze lijn ook de komende tentoonstelling Vrouwenpalet waarbij Museum Dr8888 vertelt hoe 24 vrouwelijke kunstenaars zich in de periode 1900-1950 manifesteerden. Aan de orde komen vragen als ‘Wat waren de (on)mogelijkheden binnen de context van de tijd?’ en ‘In hoeverre schikten deze vrouwen zich in hun lot?’
,,Op het moment dat je oprecht aandacht hebt, een gesprek wilt voeren en open staat voor meer kleuren en je eigen onbewuste oordelen en vooroordelen, dan kun je hele mooie dingen doen”, zegt Ketelaar. ,,Je moet niet bang zijn voor het nieuwe. Dat is niet voor niets een van onze slogans.”